CD recensies

Recensies cd Leiden

VOGG – Kerk en Muziek – juni 2003

De 25-jarige organist Arjan Versluis, leerling van Bas de Vroome en Aart Bergwerff, maakte zijn eerste solo-cd. Het schijfje is om minstens drie redenen bijzonder. Allereerst vanwege het instrument dat Versluis bespeelt: het De Swart/Van Hagerbeer orgel in de Hooglandse Kerk te Leiden. Daar worden maar weinig cd-opnames gemaakt. In de tweede plaats valt het schijfje op door de keuze van het repertoire: oude muziek en improvisaties, deels in oude stijl. In de derde plaats maakt de jonge organist zelf door zijn spel van deze cd een bijzondere productie.

De opening, het virtuoze Praeludium in E van Vincent Lübeck, laat direct horen dat we met een gedreven muzikant te maken hebben. Puntig, veerkrachtig, overtuigend spel. Dat niveau weet Arjan Versluis de hele cd vol te houden. Geen geringe prestatie, zeker als we de leeftijd van de organist in aanmerking nemen.

Al luisterend naar dit schijfje, met onder meer literatuur van Sweelinck, Scheidemann, Buxtehude en Bach, dringt de vergelijking op met een andere, begaafde jonge organist: Sietze de Vries. De overeenkomst gaat zelfs op voor Arjans geïmproviseerde partita’s over “Herzliebster Jesu, was hast Du verbrochen” en psalm 105. Zo had De Vries het ook kunnen doen.

Wie normaal gesproken er niet zo snel toe komt om oude muziek te luisteren, doet er goed aan deze cd eens aan te schaffen. Arjan Versluis is een overtuigend pleitbezorger van dit repertoire. Hij heeft een fijne neus voor registraties en wie scherp luistert, komt onderweg tal van fijnzinnige articulaties tegen.

De keuze voor het Leidse orgel is een gelukkige. Het is een juweel om te horen, mede dankzij de fraaie kerkakoestiek. Het enige wat er te wensen valt bij dit instrument is een Bazuin 16’ op het pedaal.

Arjans broer Erik verzorgde de opname. Hij verdient daarvoor een compliment. Het klankbeeld is ruimtelijk en laat tegelijk de details goed horen. Arjans vriend Jan van Wingerden maakte een fraaie aquarel van de jonge speler achter de klavieren van het Bätz-orgel in de Lutherse Kerk in Den Haag, waar Arjan wekelijks les krijgt. De aquarel siert de voorkant van het booklet. Arjan Versluis schrijft zelf in het booklet zinvolle toelichtingen op het repertoire. Deze uitgave is in alle opzichten een voorbeeldige productie die beslist naar meer doet smaken.

Evert van Dijkhuizen


De Orgelvriend – juni 2003

Op deze cd presenteert Arjan Versluis (geb. 1978) zich met een programma dat bestaat uit bekende orgelwerken uit de zeventiende en achttiende eeuw. Toen de opnames in 2002 in Leiden werden gemaakt, was Versluis met de tweede fase bezig van zijn orgelstudie aan het Rotterdams Conservatorium.

De titel is wat ongelukkig gekozen, want het lijkt nu of Versluis later uitgeschreven improvisaties speelt, in plaats dat hij een reeks geïmproviseerde variaties laat horen over een koraal. Hij schrijft er zelf over in het boekje: “…… voor een deel voorbereid en deels improvisatorisch ontstaan. Er is niets uitgeschreven op papier”. Wat door hem wel uitgeschreven is, is de uitvoerige toelichting op de gespeelde werken en de improvisaties. Versluis wil hiermee de luisteraar zoveel mogelijk meegeven, wat sympathiek overkomt. Het boekje begint met een voorwoord van ene Jan van Wingerden die de aquarel heeft gemaakt op de voorkant, waar Arjan aan de klavieren van zijn lesorgel (Ev. Lutherse Kerk, Den Haag) is gezeten: ’t is allemaal na te lezen …

Op het Leidse De Swart/Van Hagerbeer-orgel speelt de jonge Versluis zijn uitgezochte werken met jeugdig elan, maar hij neemt overal rustig de tijd voor. Versnellingen en vertragingen zijn fraai gedoseerd; de enige plaatsen waar dat even anders gaat, is bij de improvisaties. Ook in de wat langere stukken, zoals de zeer overtuigend neergezette Toccata van Scheidemann, weet Versluis zeer te boeien, evenals bij Bachs C-dur. Op een paar plaatsen in de fuga krijgen de middenstemmen net even te weinig aandacht, maar echt storend is het niet. Ook de beide koraalbewerkingen van Buxtehude zijn heel fraai ingespeeld. De improvisaties in oude stijl zijn zeer onderhoudend. De gebezigde registraties (niet vermeld) zijn overal goed gekozen, alleen zou bij het meditatieve en enigszins smekende Komm heiliger Geist van Buxtehude of bij Bachs Liebster Jesu een uitkomende stem met bijvoorbeeld de Nasard 3 vt. wellicht beter op zijn plaats zijn geweest. De nu gekozen Sesquialter-registratie (twee tracks eerder ook al te horen) met tremulant in een andante-tempo werkt – ook in het algemeen – gauw wat prikkend. Een Sesquialter, uitkomend, wil epateren, geef hem dus ook wat te doen. En viermaal de uitkomende Sesquialter is wat sneu voor de Cornet die bij dit project moest zwijgen. De fraaie opname, verzorgd door Erik Versluis, is ruimtelijk direct; het pedaal klinkt wat licht, maar dat ligt aan het orgel.

Een uitstekend cd-debuut van een muzikale twintiger. Van hem zullen we wel meer horen.

Dirk Molenaar


Reformatorisch Dagblad – maandag 16 juni 2003

Aan de generatie veelbelovende jonge organisten kan de naam van de 25-jarige Arjan Versluis worden toegevoegd. Zonder enige reserve. In 1998 en 2002 was hij finalist van het Nationaal Orgelconcours te Leiden. Aan het Rotterdams Conservatorium is hij bezig met de tweede fase en studeert hij ook nog kerkmuziek en kerkelijk orgelspel.

Op de voorliggende cd speelt hij oude muziek & improvisaties op het De Swart/Van Hagerbeer-orgel van de Hooglandse Kerk te Leiden. Tot de categorie oude muziek behoren werken van Lübeck (Praeludium in E), Sweelinck (Balletto del granduca), Scheidemann (Toccata in G-dur), drie koraalbewerkingen van Buxtehude en van Bach. Daarnaast van Bach nog het Praeludium und Fuge C-dur.

Bij Lübeck zit je meteen rechtop. Wat speelt deze man vitaal, buitengewoon gaaf en muzikaal! Het spat ervan af, waarbij deze soort muziek het Leidse instrument op het lijf geschreven is. Dat geldt ook voor Bachs feestelijke Praeludium en Fuga in C-dur. Sweelinck en Scheidemann zijn bij Versluis eveneens in goede handen. Schitterend klinken de koraalbewerkingen, al of niet met tremulant, waarbij de registraties (hoewel in het tekstboekje niet vermeld) zorgvuldig zijn gekozen.

Wat mij eveneens zeer geboeid heeft, zijn de twee improvisaties. Als eerste de koraalzetting, gevolgd door vijf variaties over Johann Crügers prachtige meditatieve melodie “Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen”. Hoewel het niet Versluis’ bedoeling is om een bepaalde stijl zo getrouw mogelijk te imiteren, zoals hij verantwoordt in het tekstboekje, vergelijkt hij het klankidioom enigszins met de Duitse Barok van eind zeventiende, begin achttiende eeuw. Arjan Versluis smeedt van deze variatiereeks een stilistisch volmaakt geheel, zonder dat er sprake is van een samengaan van woord en muziek. De melancholieke sfeer van de melodie schildert hij op eminente wijze. De verhouding tekst en muziek is bij de variaties over psalm 105 hechter. Hier is sprake van een drieluik: lofprijzing, de geschiedenis van het volk Israël van Abraham tot de intocht in het beloofde land en ten slotte de lofprijzing aan de God van het verbond. Ook hier weer een volmaakte stilistische eenheid. Voor mijn gevoel klinkt de stoere en krachtige vierstemmige openingsvariatie enigszins gehaast, terwijl de eerste van de twee laatste variaties mij iets te veel stimuleert om te gaan dansen. Kennelijk is Arjan Versluis letterlijk afgegaan op de Liedboek-berijming van de psalmtekst: “Zo trokken zij het diensthuis uit, met dans en zang bij trom en fluit.”

Een klasse-cd van een voortreffelijk spelende en improviserende musicus.

A. M. Alblas


De Waarheidsvriend - december 2003

Een cd die niet onvermeld mag blijven is die waarop de jeugdige Arjan Versluis oude muziek speelt en improviseert op het historische De Swart/Van Hagerbeerorgel van de Hooglandse Kerk te Leiden. Om te beginnen verdient Arjan Versluis een compliment voor de manier waarop hij het programma heeft samengesteld. Volkomen rekening houdend met de mogelijkheden en historie van het orgel, heeft hij zijn repertoire voor deze cd hierop afgestemd.

En dat programma, bestaande uit composities van Vincent Lübeck, Jan Pieterszn. Sweelinck, Heinrich Scheidemann, Dietrich Buxtehude, Joh. Seb. Bach heeft mij, ook qua uitvoering, zeer voldaan. Arjan Versluis speelt bovendien twee composities van hemzelf, te weten: variaties over “Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen” en variaties over psalm 105. Met name wil ik bij deze prachtige en stijlvolle cd nog noemen de uitgezochte registraties en het zeer uitvoerige tekstboekje: zeer aanbevolen.

Maarten Seijbel, Elburg